|
Welke in Mekka is geopenbaard
|
|
﴿بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَـنِ
الرَّحِيمِ ﴾
In de Naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest
Genadevolle.
﴿أَرَءَيْتَ الَّذِى يُكَذِّبُ بِالدِّينِ - فَذَلِكَ
الَّذِى يَدُعُّ الْيَتِيمَ وَلاَ يَحُضُّ عَلَى طَعَامِ الْمِسْكِينِ فَوَيْلٌ
لِّلْمُصَلِّينَ الَّذِينَ هُمْ عَن صَلَـتِهِمْ سَاهُونَ الَّذِينَ هُمْ
يُرَآءُونَ وَيَمْنَعُونَ الْمَاعُونَ ﴾
(1. Heb jij degene gezien die Ad-Dien ontkent?) (2. Dat
is degene die de wees afstoot,) (3. En het voeden van Al Miskien niet
aanspoort.) (4. Dus, wee de verrichters van Salah,) (5. Degenen die Sahoen
zijn bij hun Salah.) (6. Degenen die slechts goede daden doen om te worden
gezien,) (7. En Al Ma‘oen achterwege
laten.)
|
|
Allah zei: "O Mohammed! Heb jij degene gezien die Ad Dien ontkent?''
|
|
Hier betekent het woord Ad Dien het Hiernamaals, de Vergoeding
en de Uiteindelijke Beloning.
﴿فَذَلِكَ الَّذِى يَدُعُّ
الْيَتِيمَ ﴾
(Dat is degene die de wees afstoot, ) betekent, hij
is degene die de wees onderdrukt en hem niet geeft wat hem toekomt. Hij voedt
hem niet, noch is hij vriendelijk voor hem.
﴿وَلاَ يَحُضُّ عَلَى طَعَامِ الْمِسْكِينِ ﴾
(En het voeden van Al Miskien niet aanspoort.) Dit
is zoals Allah zegt:
﴿كَلاَّ بَل لاَّ تُكْرِمُونَ الْيَتِيمَ - وَلاَ
تَحَاضُّونَ عَلَى طَعَامِ الْمِسْكِينِ ﴾
(Nee! Maar jullie behandelen de wezen niet met
vriendelijkheid en vrijgevigheid! En sporen elkaar niet aan tot het voeden
van Al-Miskien!) (89:17-18) d.w.z. de arme persoon die niets heeft om
zichzelf mee te onderhouden en zijn behoefte mee te vervullen. Dan zegt
Allah:
﴿فَوَيْلٌ لِّلْمُصَلِّينَ - الَّذِينَ هُمْ عَن
صَلَـتِهِمْ سَاهُونَ ﴾
(Dus, wee de verrichters van Salah, Degenen die
Sahoen zijn bij hun Salah.) Ibn `Abbaas en anderen zeiden: "Dit betekent
de hypocrieten die in het openbaar bidden, maar privé niet.'' Zodoende zei
Allah:
﴿لِّلْمُصَلِّينَ﴾
(degenen die het gebed verrichten,) Zij zijn de
mensen die bidden en blijven bidden, maar daar nonchalant in zijn. Dit zou
kunnen verwijzen naar de daad van het gebed in zijn totaliteit, zoals Ibn
`Abbaas zei, of het kan verwijzen naar het verrichten ervan op het
vastgestelde tijdstip, zoals dit islamitisch is uitgevaardigd. Dit betekent
dat die persoon helemaal buiten de vastgestelde tijd voor dat gebed bidt.
|
|
Dit werd gezegd door Masroeq en Aboe Ad-Doeha.
|
|
`Ata' ibn Dinar zei: "All lof is the danken aan
Allah, de Ene, Die zei:
﴿عَن صَلَـتِهِمْ سَاهُونَ﴾
(Degenen die Sahoen zijn bij hun Salah.) en Hij zei
niet: ‘degenen die afgeleid of afwezig zijn tijdens hun gebed’.''' Het zou
ook kunnen betekenen het eerste tijdstip van het gebed, wat wil zeggen dat
zij het altijd uitstellen tot het laatste moment, of dat ze dat meestal doen.
Het kan ook verwijzen naar het volbrengen van de zuilen en voorwaarden ervan,
en op de vereiste manier. Het zou ook kunnen betekenen het op een nederige
manier verrichten en nadenken over de betekenis ervan. De verwoording van het
vers omvatten al deze betekenissen. Als iemand een van deze kenmerken vertoont,
dan slaat een deel van dit vers op hem. En als iemand al deze kenmerken
vertoont, dan slaat de hele ayah op hem, en wordt de hypocrisie van zijn
daden door hem waargemaakt. Dit is juist, want het wordt bevestigd in de Twee
Sahiehs, dat de Boodschapper van Allah zei:
«تِلْكَ صَلَاةُ الْمُنَافِقِ، تِلْكَ صَلَاةُ
الْمُنَافِقِ، تِلْكَ صَلَاةُ الْمُنَافِقِ، يَجْلِسُ يَرْقُبُ الشَّمْسَ،
حَتَّى إِذَا كَانَتْ بَيْنَ قَرْنَي الشَّيْطَانِ قَامَ فَنَقَرَ أَرْبَعًا،
لَا يَذْكُرُ اللهَ فِيهَا إِلَّا قَلِيلًا»
(Dat is het gebed van de hypocriet, dat is het gebed
van de hypocriet, dat is het gebed van de hypocriet. Hij zit en kijkt naar de
zon tot die tussen de twee hoorns van Sheytaan staat. Dan staat hij en doet
vluchtig vier (rak‘ahs) en hij gedenkt Allah (daarin) slechts weinig. Deze
hadieth beschrijft het laatste tijdstip voor het ‘Asr gebed, wat het
middelste gebed is, zoals bevestigd door een tekst (hadieth). Het is afkeurenswaardig
om op dat tijdstip te bidden. Dan gaat deze persoon opstaan om dat gebed te
bidden, en doet het vlug, zoals wanneer een kraai aan het pikken is. Het
bevat totaal geen kalmte of nederigheid. Zodoende zei de Profeet:
«لَا يَذْكُرُ اللهَ فِيهَا إِلَّا قَلِيلًا»
(Hij gedenkt Allah daarin slechts weinig.) Hij staat
daar waarschijnlijk slechts zodat de mensen hem zien bidden, maar hij zoekt
niet het Aangezicht van Allah. Het is net alsof hij helemaal niet heeft gebeden. Allah zei:
﴿إِنَّ الْمُنَـفِقِينَ يُخَـدِعُونَ اللَّهَ وَهُوَ
خَادِعُهُمْ وَإِذَا قَامُواْ إِلَى الصَّلَوةِ قَامُواْ كُسَالَى يُرَآءُونَ
النَّاسَ وَلاَ يَذْكُرُونَ اللَّهَ إِلاَّ قَلِيلاً ﴾
(Werkelijk, de hypocrieten proberen Allah te misleiden,
maar het is Hij Die hen misleidt. En wanneer ze opstaan op een luie manier en
om door te mensen te worden gezien, en zij gedenken Allah maar slechts
weinig. ) (4:142) en Allah zegt hier:
﴿الَّذِينَ هُمْ يُرَآءُونَ ﴾
(Degenen die goede daden doen alleen om te worden
gezien,) Imam Ahmad overleverde van `Amr ibn Moerrah dat die zei: "We zaten
bij Aboe `Oebaydah toen de mensen spraken over opvallen. Een man met de naam
Aboe Yazied zei: "Ik hoorde `Abdoellah ibn `Amr zeggen dat de
Boodschapper van Allah zei:
«مَنْ سَمَّعَ النَّاسَ بِعَمَلِهِ، سَمَّعَ اللهُ
بِهِ سَامِعَ خَلْقِهِ، وَحَقَّرَهُ وَصَغَّرَه»
(Eenieder die wil dat andere mensen over zijn daad
(daden) horen, Allah, de Ene Die Zijn schepping hoort, zal het horen, en hem
veracht en verlaagd maken.)'' betreffende Zijn woorden:
﴿الَّذِينَ هُمْ يُرَآءُونَ ﴾
(Degenen die goede daden doen alleen om te worden
gezien,) als iemand een daad enkel en alleen voor Allah doet,
maar de mensen erachter komen, en hij is daar blij om, dan wordt dat niet
beschouwd als op willen vallen. Allah zei:
﴿وَيَمْنَعُونَ الْمَاعُونَ ﴾
(En Al-Ma`oen achterwege laten.) Dit betekent dat
zij hun Heer niet goed aanbidden, noch behandelen zij Zijn schepping goed. Ze
lenen zelfs niet iets uit waar een ander profijt van zou kunnen hebben, en
door zouden kunnen worden geholpen, zelf wanneer het object intact zal
blijven en aan hen terug zal worden gegeven. Deze mensen zijn zelf nog
gieriger wanneer het gaat om het geven van Zakaat en verschillende soorten
van liefdadigheid die iemand dichter bij Allah brengen. Al-Mas`oedi leverde over
van Salamah ibn Koehayl die het had van Aboe Al-`Oebaydien dat hij Ibn Mas`oed
vroeg over Al-Ma`oen en hij zei: "Het is wat de mensen aan elkaar geven
zoals een bijl, een pot, een emmer en dergelijke voorwerpen.'' Dit is het
einde van de tafsier van Soerah Al-Ma`oen, en alle lof en dank zijn te danken
aan Allah.
|
Geen opmerkingen:
Een reactie posten