maandag 13 juni 2016

Tafsier Soerah Al Ma'oen (Soerah 107)

Welke in Mekka is geopenbaard


﴿بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَـنِ الرَّحِيمِ ﴾
In de Naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle.
﴿أَرَءَيْتَ الَّذِى يُكَذِّبُ بِالدِّينِ - فَذَلِكَ الَّذِى يَدُعُّ الْيَتِيمَ وَلاَ يَحُضُّ عَلَى طَعَامِ الْمِسْكِينِ فَوَيْلٌ لِّلْمُصَلِّينَ الَّذِينَ هُمْ عَن صَلَـتِهِمْ سَاهُونَ الَّذِينَ هُمْ يُرَآءُونَ وَيَمْنَعُونَ الْمَاعُونَ ﴾
(1. Heb jij degene gezien die Ad-Dien ontkent?) (2. Dat is degene die de wees afstoot,) (3. En het voeden van Al Miskien niet aanspoort.) (4. Dus, wee de verrichters van Salah,) (5. Degenen die Sahoen zijn bij hun Salah.) (6. Degenen die slechts goede daden doen om te worden gezien,) (7. En Al Ma‘oen achterwege  laten.)

Allah zei: "O Mohammed! Heb jij degene gezien die Ad Dien ontkent?''

Hier betekent het woord Ad Dien het Hiernamaals, de Vergoeding en de Uiteindelijke Beloning.
﴿فَذَلِكَ الَّذِى يَدُعُّ الْيَتِيمَ ﴾
(Dat is degene die de wees afstoot, ) betekent, hij is degene die de wees onderdrukt en hem niet geeft wat hem toekomt. Hij voedt hem niet, noch is hij vriendelijk voor hem.
﴿وَلاَ يَحُضُّ عَلَى طَعَامِ الْمِسْكِينِ ﴾
(En het voeden van Al Miskien niet aanspoort.) Dit is zoals Allah zegt:
﴿كَلاَّ بَل لاَّ تُكْرِمُونَ الْيَتِيمَ - وَلاَ تَحَاضُّونَ عَلَى طَعَامِ الْمِسْكِينِ ﴾
(Nee! Maar jullie behandelen de wezen niet met vriendelijkheid en vrijgevigheid! En sporen elkaar niet aan tot het voeden van Al-Miskien!) (89:17-18) d.w.z. de arme persoon die niets heeft om zichzelf mee te onderhouden en zijn behoefte mee te vervullen. Dan zegt Allah:
﴿فَوَيْلٌ لِّلْمُصَلِّينَ - الَّذِينَ هُمْ عَن صَلَـتِهِمْ سَاهُونَ ﴾
(Dus, wee de verrichters van Salah, Degenen die Sahoen zijn bij hun Salah.) Ibn `Abbaas en anderen zeiden: "Dit betekent de hypocrieten die in het openbaar bidden, maar privé niet.'' Zodoende zei Allah:
﴿لِّلْمُصَلِّينَ﴾
(degenen die het gebed verrichten,) Zij zijn de mensen die bidden en blijven bidden, maar daar nonchalant in zijn. Dit zou kunnen verwijzen naar de daad van het gebed in zijn totaliteit, zoals Ibn `Abbaas zei, of het kan verwijzen naar het verrichten ervan op het vastgestelde tijdstip, zoals dit islamitisch is uitgevaardigd. Dit betekent dat die persoon helemaal buiten de vastgestelde tijd voor dat gebed bidt.

Dit werd gezegd door Masroeq en Aboe Ad-Doeha.


`Ata' ibn Dinar zei: "All lof is the danken aan Allah, de Ene, Die zei:
﴿عَن صَلَـتِهِمْ سَاهُونَ﴾
(Degenen die Sahoen zijn bij hun Salah.) en Hij zei niet: ‘degenen die afgeleid of afwezig zijn tijdens hun gebed’.''' Het zou ook kunnen betekenen het eerste tijdstip van het gebed, wat wil zeggen dat zij het altijd uitstellen tot het laatste moment, of dat ze dat meestal doen. Het kan ook verwijzen naar het volbrengen van de zuilen en voorwaarden ervan, en op de vereiste manier. Het zou ook kunnen betekenen het op een nederige manier verrichten en nadenken over de betekenis ervan. De verwoording van het vers omvatten al deze betekenissen. Als iemand een van deze kenmerken vertoont, dan slaat een deel van dit vers op hem. En als iemand al deze kenmerken vertoont, dan slaat de hele ayah op hem, en wordt de hypocrisie van zijn daden door hem waargemaakt. Dit is juist, want het wordt bevestigd in de Twee Sahiehs, dat de Boodschapper van Allah zei:
«تِلْكَ صَلَاةُ الْمُنَافِقِ، تِلْكَ صَلَاةُ الْمُنَافِقِ، تِلْكَ صَلَاةُ الْمُنَافِقِ، يَجْلِسُ يَرْقُبُ الشَّمْسَ، حَتَّى إِذَا كَانَتْ بَيْنَ قَرْنَي الشَّيْطَانِ قَامَ فَنَقَرَ أَرْبَعًا، لَا يَذْكُرُ اللهَ فِيهَا إِلَّا قَلِيلًا»
(Dat is het gebed van de hypocriet, dat is het gebed van de hypocriet, dat is het gebed van de hypocriet. Hij zit en kijkt naar de zon tot die tussen de twee hoorns van Sheytaan staat. Dan staat hij en doet vluchtig vier (rak‘ahs) en hij gedenkt Allah (daarin) slechts weinig. Deze hadieth beschrijft het laatste tijdstip voor het ‘Asr gebed, wat het middelste gebed is, zoals bevestigd door een tekst (hadieth). Het is afkeurenswaardig om op dat tijdstip te bidden. Dan gaat deze persoon opstaan om dat gebed te bidden, en doet het vlug, zoals wanneer een kraai aan het pikken is. Het bevat totaal geen kalmte of nederigheid. Zodoende zei de Profeet:
«لَا يَذْكُرُ اللهَ فِيهَا إِلَّا قَلِيلًا»
(Hij gedenkt Allah daarin slechts weinig.) Hij staat daar waarschijnlijk slechts zodat de mensen hem zien bidden, maar hij zoekt niet het Aangezicht van Allah. Het is net alsof hij helemaal niet heeft gebeden. Allah zei:
﴿إِنَّ الْمُنَـفِقِينَ يُخَـدِعُونَ اللَّهَ وَهُوَ خَادِعُهُمْ وَإِذَا قَامُواْ إِلَى الصَّلَوةِ قَامُواْ كُسَالَى يُرَآءُونَ النَّاسَ وَلاَ يَذْكُرُونَ اللَّهَ إِلاَّ قَلِيلاً ﴾
(Werkelijk, de hypocrieten proberen Allah te misleiden, maar het is Hij Die hen misleidt. En wanneer ze opstaan op een luie manier en om door te mensen te worden gezien, en zij gedenken Allah maar slechts weinig. ) (4:142) en Allah zegt hier:
﴿الَّذِينَ هُمْ يُرَآءُونَ ﴾
(Degenen die goede daden doen alleen om te worden gezien,) Imam Ahmad overleverde van `Amr ibn Moerrah dat die zei: "We zaten bij Aboe `Oebaydah toen de mensen spraken over opvallen. Een man met de naam Aboe Yazied zei: "Ik hoorde `Abdoellah ibn `Amr zeggen dat de Boodschapper van Allah zei:
«مَنْ سَمَّعَ النَّاسَ بِعَمَلِهِ، سَمَّعَ اللهُ بِهِ سَامِعَ خَلْقِهِ، وَحَقَّرَهُ وَصَغَّرَه»
(Eenieder die wil dat andere mensen over zijn daad (daden) horen, Allah, de Ene Die Zijn schepping hoort, zal het horen, en hem veracht en verlaagd maken.)'' betreffende Zijn woorden:
﴿الَّذِينَ هُمْ يُرَآءُونَ ﴾
(Degenen die goede daden doen alleen om te worden gezien,) als iemand een daad enkel en alleen voor Allah doet, maar de mensen erachter komen, en hij is daar blij om, dan wordt dat niet beschouwd als op willen vallen. Allah zei:
﴿وَيَمْنَعُونَ الْمَاعُونَ ﴾
(En Al-Ma`oen achterwege laten.) Dit betekent dat zij hun Heer niet goed aanbidden, noch behandelen zij Zijn schepping goed. Ze lenen zelfs niet iets uit waar een ander profijt van zou kunnen hebben, en door zouden kunnen worden geholpen, zelf wanneer het object intact zal blijven en aan hen terug zal worden gegeven. Deze mensen zijn zelf nog gieriger wanneer het gaat om het geven van Zakaat en verschillende soorten van liefdadigheid die iemand dichter bij Allah brengen. Al-Mas`oedi leverde over van Salamah ibn Koehayl die het had van Aboe Al-`Oebaydien dat hij Ibn Mas`oed vroeg over Al-Ma`oen en hij zei: "Het is wat de mensen aan elkaar geven zoals een bijl, een pot, een emmer en dergelijke voorwerpen.'' Dit is het einde van de tafsier van Soerah Al-Ma`oen, en alle lof en dank zijn te danken aan Allah.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten