Allah
zei,
﴿كُلٌّ
ءَامَنَ بِاللَّهِ وَمَلَـئِكَتِهِ
وَكُتُبِهِ وَرُسُلِهِ لاَ نُفَرِّقُ
بَيْنَ أَحَدٍ مِّن رُّسُلِهِ﴾
(Eenieder
gelooft in Allah, Zijn engelen, Zijn Boeken, en Zijn Boodschappers.
(Zij zeggen) "Wij maken geen onderscheid tussen Zijn
Boodschappers.'')
Dus,
elke gelovige gelooft dat Allah de Ene en Enige en Verschaffer van
Onderhoud is, er is geen god waardig te worden aanbeden behalve Hem,
en er is geen Heer behalve Hem, De gelovigen geloven ook in alle
Profeten en Boodschappers van Allah, in de Boeken die werden
geopenbaard vanuit de hemel aan de Boodschappers en Profeten, die
allen zeker dienaren van Allah waren. Verder maken de gelovigen geen
onderscheid tussen de profeten, zoals geloven in een aantal ervan en
weer anderen verwerpen. Nee, alle Profeten en Boodschappers van Allah
zijn voor de gelovigen waarachtig, rechtschapen, en ze werden allen
geleid op het pad van rechtschapenheid, zelfs wanneer een aantal
ervan dat brachten wat de Wetten van anderen teniet deed, met de
goedkeuring van Allah. Later met de komst van de Wet van Mohammed, de
laatste Profeet en Boodschapper van Allah, werden alle wetten van de
profeten voor hem, afgeschaft. Het Laatste Uur (De Dag des Oordeels)
zal dus beginnen terwijl Mohammeds wet de enige geldige Wet zal
blijven, en terwijl er altijd een groep van deze oemmah (het
volk van Mohammed, de moslims) op het pad van de waarheid zal
blijven, een duidelijke en dominante weg. Allahs verklaring:
﴿وَقَالُواْ
سَمِعْنَا وَأَطَعْنَا﴾
(En
zij zeggen, "Wij horen en wij gehoorzamen'') betekent, wij
hoorden Uw verklaring, O onze Heer, we begrepen het en pasten het
toe, en we hielden ons aan wat daaruit voortvloeide.
﴿غُفْرَانَكَ
رَبَّنَا﴾
((Wij
vragen) Uw vergiffenis, onze Heer) bevat een pleidooi en smeekbede
voor Allahs vergiffenis, genade en barmhartigheid.
Allahs
verklaring,
﴿لاَ
يُكَلِّفُ اللَّهُ نَفْسًا إِلاَّ
وُسْعَهَا﴾
(Allah
belast niemand boven zijn draagvermogen) betekent, Allah vraagt van
geen ziel wat boven zijn draagvermogen ligt. Dit alleen al toont
Allahs vriendelijkheid, medeleven en gulheid naar Zijn schepping toe.
Dit vers is het vers dat het vers opheft waar de Metgezellen zo door
van streek raakten. Het is Allahs verklaring,
﴿وَإِن
تُبْدُواْ مَا فِي أَنفُسِكُمْ أَوْ
تُخْفُوهُ يُحَاسِبْكُم بِهِ اللَّهُ﴾
(en
of jullie bekend maken wat er in jullie binnenste is, of het
verbergen, Allah zal jullie er aansprakelijk voor stellen.)
Dit
geeft aan dat hoewel Allah Zijn dienaren zal ondervragen en zal
beoordelen, Hij slechts zal bestraffen voor datgene waartegen iemand
zich kan beschermen. Wat betreft hetgeen iemand zichzelf niet tegen
kan beschermen, zoals de dingen die hij tegen zichzelf (of in
zichzelf) zegt, of gedachten, daar zal hij niet voor worden gestraft.
We willen hier aankaarten dat als slechte gedachten die in iemand
opkomen, hem tegenstaan, dat iets is wat deel uitmaakt van iemands
geloof. Allah zei daarna,
﴿لَهَا
مَا كَسَبَتْ﴾
(Hij
wordt beloond voor wat hij heeft verdiend aan het goede) voor hem, is
wat hij verdient van het goede,
﴿وَعَلَيْهَا
مَا اكْتَسَبَتْ﴾
(En
hij wordt bestraft) voor wat hij heeft verdiend van het slechte,
d.w.z. Betreffende de daden waar hij verantwoordelijk voor is.
Allah
zei toen, (noemend
wat de gelovigen zeiden) terwijl
Hij Zijn dienaren zei Hem aan te roepen, terwijil Hij hen beloofde
dat Hij hun smeekbede zou verhoren:
﴿رَبَّنَا
لاَ تُؤَاخِذْنَآ إِن نَّسِينَآ أَوْ
أَخْطَأْنَا﴾
("Onze
Heer! Straf ons niet als we vergeten of ons vergissen,'') betekent,
"Als wij een verplchting vergaten of een overtreding begingen,
of een fout begingen toen we de juiste regelgeving ervoor niet
kenden.'' We noemden de hadieth van Aboe Hoerayrah, verzameld door
Moeslim, waarin Allah zei, "Ik zal jullie smeekbede verhoren).''
Er is ook een hadieth van Ibn `Abbaas dat Allah zei, "Ik heb
jullie smeekbede aanvaard).''
﴿رَبَّنَا
وَلاَ تَحْمِلْ عَلَيْنَآ إِصْرًا كَمَا
حَمَلْتَهُ عَلَى الَّذِينَ مِن قَبْلِنَا﴾
(Onze
Heer! Belast ons niet zoals U degenen voor ons belastte (joden en
christenen), betekent, "Zelfs als we in staat zouden zijn die te
verrichten, verlang niet van ons de moeilijke daden te verrichten
zoals die U van vorige volken voor ons verlangde, zoals de lasten die
zij hadden te verduren. U zond Uw Profeet Mohammed, de Profeet van
genade, om deze lasten via de Wet die U aan hem openbaarde, teniet te
doen, de hanafi religie (het islamitische monotheïsme).''
Moeslim legde vast dat Aboe Hoerayrah zei dat de Boodschapper van
Allah zei dat Allah zei, "Ik zal (jullie smeekbede)
aanvaarden.'' Ibn `Abbaas vertelde dat de Boodschapper van Allah zei
dat Allah zei, "Dat heb ik (jullie smeekbede aanvaard).'' Er is
een hadieth die via verschillende ketens van overlevering is
vastgelegd, dat de Boodschapper van Allah zei,
«بُعِثْتُ
بِالْحَنِيفِيَّةِ السَّمْحَة»
(Ik
werd gestuurd met de gemakkelijke hanifiya manier.)
﴿رَبَّنَا
وَلاَ تُحَمِّلْنَا مَا لاَ طَاقَةَ
لَنَا بِهِ﴾
(Onze
Heer! Plaats niet een zwaardere last op ons dan wij kunnen dragen)
van verplichtingen, moeilijkheden en problemen, laat ons niet dingen
dragen die we niet kunnen (ver)dragen.
﴿رَبَّنَا
وَلاَ تُحَمِّلْنَا مَا لاَ طَاقَةَ
لَنَا بِهِ﴾
(
Onze Heer! Plaats niet een zwaardere last op ons dan wij kunnen
dragen)
Wij
noemden dat Allah zei "Ik zal (jullie smeekbede aanvaarden)'' in
de ene overlevering, en in een andere overlevering "Ik heb
(jullie smeekbede) aanvaard.
﴿وَاعْفُ
عَنَّا﴾
(Wis
onze zonden uit) d.w.z. Tussen ons en U, van wat U kent van onze
tekortkomingen en fouten.
﴿وَاغْفِرْ
لَنَآ﴾
(En
vergeef ons) betreffende wat tussen ons en Uw dienaren is. Dus,
openbaar onze fouten en slechte daden niet aan hen.
﴿وَارْحَمْنَآ﴾
(Heb
genade met ons) m.b.t. Wat er in het hiernamaals zal komen. Laat ons
daarom niet nog eens in een andere fout vervallen. Ze zeggen dat
degene die een fout begaan drie dingen nodig hebben: Allahs
vergiffenis voor wat er tussen Hem en hen is, dat Hij deze fouten
afschermt voor Zijn andere dienaren, en ze dus niet tentoonstelt voor
de andere dienaren, en dat Hij hem immuun maakt voor verdere
fouten.'' We noemden eerder al dat Allah deze smeekbede beantwoordde
met "dat zal Ik,'' in de ene overlevering en, "dat heb
Ik,'' in een andere overlevering.
﴿أَنتَ
مَوْلَـنَا﴾
(U
bent onze Mauwla) betekent, U bent onze verdediger en
beschermer, wij vertrouwen op U; wij vragen U om alle soorten hulp,
en we verlaten ons volkomen op U. er is geen kracht nog macht behalve
van U.
﴿فَانْصُرْنَا
عَلَى الْقَوْمِ الْكَـفِرِينَ﴾
(En
schenk ons de overwinning over de ongelovigen) degenen die Uw religie
verworpen, Uw Eenheid ontkenden, de Boodschap van Uw Profeet
weigerden, anderen dan U aanbaden en anderen naast U aanbaden. Schenk
ons de overwinning over hen en laat ons de overhand over hen krijgen,
in dit leven en in het Hiernamals. Allah zei, "Dat zal ik,'' in
een overlevering, en, "Dat heb Ik,'' in de hadieth die
Moeslim verzamelde van Ibn `Abbaas.
Verder
legde Ibn Djarier vast dat Aboe Ishaaq zei dat altijd wanner Moe'aadh
klaar was met het oplezen van deze Soerah,
﴿فَانْصُرْنَا
عَلَى الْقَوْمِ الْكَـفِرِينَ﴾
(En
schenk ons de overwinning over de ongelovigen), dan zei hij "Amien.''
ALLE INFORMATIE IS VERTAALD VAN DE WEBSITE www.qtafsir.com
ALLE INFORMATIE IS VERTAALD VAN DE WEBSITE www.qtafsir.com
Geen opmerkingen:
Een reactie posten