maandag 6 juni 2016

Tafsier Soerah Al Ikhlaas (Soerah 112)

De reden voor de openbaring van deze Soerah en de verdiensten ervan

Imam Ahmad legde vast in een overlevering via ‘Oebayy ibn Ka’b dat de afgodendienaren tegen de Profeet zeiden:  "O Mohammed! Vertel ons over de afkomst van jouw Heer.'' Daarom openbaarde Allah:
﴿قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ - اللَّهُ الصَّمَدُ -
لَمْ يَلِدْ وَلَمْ يُولَدْ - وَلَمْ يَكُنْ لَّهُ كُفُواً أَحَدٌ ﴾
(1. Zeg: "Hij is Allah") (2. "Eén".) (3. "Hij verwekt niet, noch werd Hij verwekt".) (4. "En er is niemand/niets met Hem te vergelijken.'') Vergelijkbaar is de overlevering die werd vastgelegd door At-Tirmidhi en Ibn Djarier, in hun overlevering staat verder nog dat hij zei,
﴿الصَّمَدُ﴾
(As-Samad) is De Ene Die niet baart, noch werd Hij geboren, omdat alles dat wordt geboren ook zal sterven, en er niemand die sterft of hij laat een erfenis na, en zeker, Allah sterft niet en laat geen erfenis na.
﴿وَلَمْ يَكُنْ لَّهُ كُفُواً أَحَدٌ ﴾
(En er is niemand /niets met Hem te vergelijken.) Dit betekent dat er niemand zoals Hij is, niemand gelijk is aan Hem, en er helemaal niet iets zoals Hij is.'' Ibn Abi Hatim nam dit ook op in zijn boek, en At-Tirmidhi noemde het als een moersel overlevering (een overlevering van een Taabi‘i, niet van een Metgezel, een Taabi‘i is de generatie na de Sahaba). Dan zei At-Tirmidhi: "En dat is het meest correcte.''

Een hadieth over de verdiensten ervan

Al-Boekhari leverde over van `Amrah bint `Abdoerahmaan, die in het verblijf van ‘Aaïsjah, de vrouw van de Profeet verbleef, dat ‘Aaïsjah zei: "De Profeet stuurde een man als leider van een oorlogsexpeditie, die zijn metgezellen gewoonlijk in het gebed leidde met recitatie van de Qoer-aan. En hij beëindigde zijn recitatie met het oplezen van `Zeg: Hij is Allah, de Ene.' Toen ze dus terugkwamen vertelden ze dit tegen de Profeet, en hij zei:
«سَلُوهُ لِأَيِّ شَيْءٍ يَصْنَعُ ذَلِكَ؟»
“Vraag hem waarom hij dat doet.” Dus vroegen ze hem dat, en hij zei: `Omdat het de beschrijving is van Ar-Rahmaan en ik hou ervan het te reciteren. Dus zei de Profeet:
«أَخْبِرُوهُ أَنَّ اللهَ تَعَالَى يُحِبُّه»
“Stel hem ervan op de hoogte dat Allah de Allerhoogste van hem houdt.” ''Zo heeft  Al-Boekhari deze hadieth vastgelegd in zijn Boek van Tauhied. Ook Moeslim en An-Nasaa'i legden dit vast. In zijn Boek van het Gebed, rapporteerde Al-Boekhari dat Anas zei, "Een man van de Ansaar placht de mensen in het gebed te leiden in de Qoeba’ moskee.' Altijd wanneer hij met het reciteren van een Soerah begon  bij het gebed waarmee hij de mensen leidde, begon hij met het reciteren van `Zeg: Hij is Allah, de Ene' tot hij de hele Soerah afrondde. Vervolgens reciteerde hij daarna nog een andere Soerah. En dit placht hij bij elke rak‘ah (gebedseenheid) te doen. Dus spraken zijn metgezellen hem daarop aan, ze zeiden; `Waarlijk, je begint het gebed met deze Soerah. Dan denk je dat het niet genoeg voor je is, en dat je nog een andere Soerah moet reciteren. Je zou juist of deze Soerah moeten reciteren, of dat achterwege laten en een andere Soerah reciteren in plaats daarvan.' De man antwoordde: `Ik zal hier niet mee stoppen. Als jullie willen dat ik door zal gaan jullie in het gebed te leiden, dan zal ik dat doen, en als het jullie niet aanstaat, dan laat ik jullie (m.a.w. ik zal jullie niet meer in het gebed leiden).' Ze vonden dat hij de beste van hen was in het leiden van het gebed, en ze wilden niet dat iemand anders hen in het gebed zou leiden. Toen de Profeet dus kwam, stelden ze hem hiervan op de hoogte en hij zei:
«يَا فُلَانُ، مَا يَمْنَعُكَ أَنْ تَفْعَلَ مَا يَأْمُرُكَ بِهِ أَصْحَابُكَ، وَمَا حَمَلَكَ عَلَى لُزُوم هَذِهِ السُّورَةِ فِي كُلِّ رَكْعَةٍ؟»
“O die en die! Wat weerhoudt jou ervan om dat te doen wat jouw metgezellen jou hebben aanbevolen te doen, en waarom houd je je vast aan het reciteren van deze Soerah bij elke rak‘ah?” De man zei: `Waarlijk, ik houd er zo van.' De Profeet antwoordde,
«حُبُّكَ إِيَّاهَا أَدْخَلَكَ الْجَنَّة»
Door jouw liefde hiervoor zal je het Paradijs binnengaan.) Dit is vastgelegd door Al-Boekhari, met een onderbroken keten (van overleveraars), maar op een manier die zijn goedkeuring had..

Een hadieth waarin wordt gezegd dat deze Soerah gelijk staat aan een derde van de Qoer-aan

Al-Boekhari leverde over van Aboe Sa‘ied dat een man een andere man hoorde reciteren:
﴿قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ﴾
(Zeg: "Hij is Allah, de Ene.'') en hij bleef dit steeds maar herhalen. Dus, toen de ochtend aanbrak, ging de man naar de Profeet en vertelde hem dit, en hij bagatelliseerde dit. De Profeet zei,
«وَالَّذِي نَفْسِي بِيَدِهِ إِنَّهَا لَتَعْدِلُ ثُلُثَ الْقُرْآن»
Bij Hem in Wiens Hand mijn ziel is, waarlijk, het is gelijke aan een derde van de Qoer-aan. Aboe Dawoed en An-Nasaa'i leverden het ook over. In een andere hadieth van Al Boekhari van Aboe Sa‘ied, dat de Boodschapper van Allah tegen zijn Metgezellen zei,
«أَيَعْجِزُ أَحَدُكُمْ أَنْ يَقْرَأَ ثُلُثَ الْقُرْآنِ فِي لَيْلَةٍ»
“Is iemand van jullie niet in staat om een derde van de Qoer-aan te reciteren in één enkele nacht?” Dit was iets wat moeilijk voor hen was, en ze zeiden, "Wie van ons is in staat om dat te doen, O Boodschapper van Allah?'' Toen antwoordde hij:
«اللهُ الْوَاحِدُ الصَّمَدُ ثُلُثُ الْقُرْآن»
“Allah is de Ene, As-Samad'' is een derde van de Qoer-aan. Al-Boekhari was de enige die deze hadieth overleverde.

Nog een hadieth waar het reciteren ervan toegang tot het Paradijs met zich meebrengt

Imam Malik ibn Anas overleverde van `Oebayd ibn Hoenayn dat hij Aboe Hoerayrah hoorde zeggen:  "Ik ging met de Profeet naar buiten, en hoorde een man reciteren: `Zeg: Hij is Allah, de Ene.' Dus zei de Boodschapper van Allah:
«وَجَبَت»
“Het is een verplichting” Ik vroeg: `Wat is een verplichting?' Hij antwoordde:
«الْجَنَّة»
“Het Paradijs”. At-Tirmidhi en An-Nasaa'i vermeldden het ook van Malik, en At-Tirmidhi zei: "Hasan Sahieh Gharieb. We kennen het slechts als een overlevering van Malik.'' De hadieth waarin de Profeet zei:
«حُبُّكَ إِيَّاهَا أَدْخَلَكَ الْجَنَّة»
“Door jouw liefde hiervoor zal je het Paradijs binnengaan,” hebben we reeds vermeld.

Een hadieth over het herhalen van deze Soerah

`Abdoellah ibn Imam Ahmad leverde over van Moe`aadh ibn `Abdoellah ibn Khoebayb, die het van zijn vader overleverde, die zei: "We hadden dorst en het werd donker terwijl we op de Boodschapper van Allah wachtten om ons in het gebed te leiden. Daarna, toen hij naar buiten kwam, nam hij me bij de hand en zei:
«قُل»
“Zeg”. Daarna zweeg hij. Vervolgens zei hij nogmaals:
«قُل»
“Zeg”. Dus zei ik: `Wat moet ik zeggen?' Hij zei:
﴿قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ ﴾
وَالْمُعَوِّذَتَيْنِ حِينَ تُمْسِي وَحِينَ تُصْبِحُ ثَلَاثًا، تَكْفِكَ كُلَّ يَوْمٍ مَرَّتَيْن»
“Zeg: "Hij is Allah, de Ene,'' en de twee Soerahs van toevlucht (Al-Falaq en An-Naas) wanneer de avond komt, en ‘s ochtends ieder drie keer. Ze zullen twee keer per dag voldoende voor je zijn.'' Deze hadieth werd ook overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidhi en An-Nasaa'i. At-Tirmidhi zei: "Hasan Sahieh Gharieb.'' An-Nasaa'i leverde tevens over, via een andere keten van overleveraars, met de bewoording:
«يَكْفِكَ كُلَّ شَيْء»
« Deze zullen genoeg voor je zijn tegen alles ».

Nog een hadieth over het hiermee smeken met Allahs Namen

In zijn Tafsierboek, leverde An-Nasaa'i over van `Abdoellah ibn Boeraydah, die dit van zijn vader had gehoors, dat hij de moskee binnenging met de Boodschapper van Allah, en dat daar een man was die bad en in zijn smeekbede zei: "O Allah! Waarlijk, ik vraag U bij mijn getuigenis dat er geen God waard is te worden aanbeden bahalve U. U bent de Ene, de Onafhankelijke Onderhouder van alles, Wie niet baart, noch geboren werd, en er is niemand/niets te vergelijken met Hem.'' De Profeet zei,
«وَالَّذِي نَفْسِي بِيَدِهِ لَقَدْ سَأَلَهُ بِاسْمِهِ الْأَعْظَم، الَّذِي إِذَ
Een hadieth over het streven naar genezing d.m.v. deze Soerahs

Al-Boekhari overleverde van ‘Aaïsjah dat wanneer de Profeet naar bed ging, hij elke nacht zijn handen tot een kom maakte en erin blies. Vervolgens reciteerde hij erin (zijn handpalmen): `Zeg: Hij is Allah, de Ene', `Zeg: Ik zoek toevlucht bij de Heer van Al-Falaq', en `Zeg: Ik zoek toevlucht bij de Heer der mensheid (An Naas).' Dan streek hij met zijn handpalmen over zijn lichaam waarbij hij zoveel hij kon van zijn lichaam bestreek. Hij begon met over zijn gezicht te wrijven en de voorkant van zijn lichaam. Hij deed dit dan drie keer (over zijn lichaam wrijven). De verzamelaars van Soennah hebben dezelfde hadieth overgeleverd.
﴿بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَـنِ الرَّحِيمِ ﴾
In de Naam van Allah, de meest  Barmhartige, de Meest Genadevolle,
﴿قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ - اللَّهُ الصَّمَدُ - لَمْ يَلِدْ وَلَمْ يُولَدْ - وَلَمْ يَكُنْ لَّهُ كُفُواً أَحَدٌ ﴾
(1. Zeg: "Hij is Allah, de Ene.'') (2. "Allah As-Samad.'') (3. "Hij baart niet, noch werd Hij geboren.'') (4. "En er is niemand/niets met Hem vergelijkbaar.'') De reden van openbaring van deze Soerah is reeds genoemd. `Ikrimah zei: "Toen de joden zeiden: `Wij aanbidden `Oezayr, de zoon van Allah,' en de christenen zeiden: `Wij aanbidden de Messias (`Isa of Jezus), de zoon van Allah,' en de volgelingen van Zarathoestra zeiden: `Wij aanbidden de zon en de maan,' en de afgodenaanbidders zeiden: `Wij aanbidden afgoden,' openbaarde Allah aan Zijn Boodschapper:,
﴿قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ ﴾
“Zeg: Hij is Allah, De Ene.'') m.a.w. Hij is de Ene, de Enige, die geen weerga heeft, geen helper, geen mededinger, geen gelijke en niemand/niets dat vergelijkbaar met Hem is. Dit woord (Al-Ahad) kan voor niemand anders worden gebruikt als bekrachtiging, behalve voor Allah de Almachtige en Majesteitelijke, omdat hij perfect is in al Zijn eigenschappen en daden. Betreffende Zijn woorden:
﴿اللَّهُ الصَّمَدُ ﴾
“Allah As-Samad” zei `Ikrimah dat Ibn `Abbas zei: "Dit betekent de Ene waarvan de hele schepping afhankelijk is m.b.t. hun behoeften en hun verzoeken.'' `Ali ibn Abi Talhah leverde over van Ibn `Abbaas, "Hij is de Meester Die perfect is in Zijn onafhankelijkheid, de Meest Nobele Die perfect is in Zijn nobelheid, de Meest Verhevene die perfect is in Zijn Verhevenheid, de Meest Verdraagzame Die perfect is in Zijn Verdraagzaamheid, de Alleswetende, Die perfect is in Zijn Kennis, en de Meest Wijze Die perfect is in Zijn Wijsheid. Hij is de Ene Die perfect is in alle aspecten van nobelheid en gezag. Hij is Allah, glorie aan Hem. Deze eigenschappen passen niemand anders dan Hem. Hij heeft geen gelijkwaardige en niets is als Hij. Glorie aan Allah, de Ene, de Onweerstaanbare.'' Al-A`masj leverde over van Sjaqieq, die zei dat Aboe Wa'il zei:
﴿الصَّمَدُ﴾
« As-Samad » is de Meester Wiens macht compleet is ».'

Allah staat boven het hebben van kinderen en het voortplanten

Dan zegt Allah :
﴿لَمْ يَلِدْ وَلَمْ يُولَدْ - وَلَمْ يَكُنْ لَّهُ كُفُواً أَحَدٌ﴾
(Hij verwekt niet, noch werd Hij verwekt. En er is niemand/niets vergelijkbaar met Hem.) betekent: Hij heeft geen kind, ouder, of echtgenote. Moedjaahid zei:
﴿وَلَمْ يَكُنْ لَّهُ كُفُواً أَحَدٌ﴾
“En er is niemand/niets vergelijkbaar met Hem.) "Dit wil zeggen dat  Hij geen echtgenote heeft.'' Dit is wanneer Allah zegt:
﴿بَدِيعُ السَّمَـوَتِ وَالاٌّرْضِ أَنَّى يَكُونُ لَهُ وَلَدٌ وَلَمْ تَكُنْ لَّهُ صَـحِبَةٌ وَخَلَقَ كُلَّ شَىْءٍ﴾
“Hij is de Schepper van de hemelen en de aarde. Hoe kan Hij kinderen hebben wanneer Hij geen vrouw heeft, Hij schiep alle dingen.) (6:101) betekent, alles behoort aan Hem en Hij schiep alles. Hoe kan Hij dus een gelijke hebben onder Zijn schepsels die gelijk kan zijn aan Hem, of een familielid die op Hem zou lijken. Verheerlijkt, Verheven en ver vandaan is Allah van zoiets. Allah zegt:
﴿وَقَالُواْ اتَّخَذَ الرَّحْمَـنُ وَلَداً - لَقَدْ جِئْتُمْ شَيْئاً إِدّاً - تَكَادُ السَّمَـوَتُ يَتَفَطَّرْنَ مِنْهُ وَتَنشَقُّ الاٌّرْضُ وَتَخِرُّ الْجِبَالُ هَدّاً - أَن دَعَوْا لِلرَّحْمَـنِ وَلَداً - وَمَا يَنبَغِى لِلرَّحْمَـنِ أَن يَتَّخِذَ وَلَداً - إِن كُلُّ مَن فِى السَّمَـوَتِ وَالاٌّرْضِ إِلاَّ آتِى الرَّحْمَـنِ عَبْداً - لَّقَدْ أَحْصَـهُمْ وَعَدَّهُمْ عَدّاً - وَكُلُّهُمْ ءَاتِيهِ يَوْمَ الْقِيَـمَةِ فَرْداً ﴾
En ze zeggen: Ar-Rahman heeft een zoon gekregen. Werkelijk jullie hebben een vreselijk slecht iets voortgebracht (gezegd). Waarbij de hemelen bijna scheuren, en de aarde in stukken splijt, en de bergen in elkaar storten, dat ze een zoon toeschrijven aan Ar-Rahman. Maar het past Ar-Rahman niet om een zoon te hebben. Er is niemand/niets in de hemelen en de aarde die niet tot Ar-Rahman komt als een dienaar. Werkelijk, Hij kent alles en iedereen, en heeft hen volledig berekend. En ze zullen allen tot Hem alleen komen op de Dag der Opstanding. (19:88-95) En Allah zegt:
﴿وَقَالُواْ اتَّخَذَ الرَّحْمَـنُ وَلَداً سُبْحَانَهُ بَلْ عِبَادٌ مُّكْرَمُونَ - لاَ يَسْبِقُونَهُ بِالْقَوْلِ وَهُمْ بِأَمْرِهِ يَعْمَلُونَ ﴾
“En ze zeggen: "Ar-Rahman heeft een zoon gekregen. Glorie aan Hem! Zij zijn slechts geëerde dienaren. Ze spreken niet tot Hij heeft gesproken, en ze handelen naar Zijn bevel.” (21:26-27) Allah zegt ook :
﴿وَجَعَلُواْ بَيْنَهُ وَبَيْنَ الْجِنَّةِ نَسَباً وَلَقَدْ عَلِمَتِ الجِنَّةُ إِنَّهُمْ لَمُحْضَرُونَ ﴾
سُبْحَـنَ اللَّهِ عَمَّا يَصِفُونَ-﴾
“En ze hebben verwantschap tussen Hem en de Djinn toegeschreven, maar de Djinn weten maar al te goed dat ze voor Hem zullen moeten verschijnen. Glorie aan Allah! (Hij is vrij) van wat zij aan Hem toeschrijven!) (37:158-159) In Sahieh Al-Boekhari, wordt overgeleverd dat de Profeet zei:
«لَا أَحَدَ أَصْبَرُ عَلَى أَذًى سَمِعَهُ مِنَ اللهِ، يَجْعَلُونَ لَهُ وَلَدًا، وَهُوَ يَرْزُقُهُمْ وَيُعَافِيهِم»
Er is niemand die geduldiger is bij het horen van iets schadelijks dan Allah. Ze schrijven een zoon aan Hem toe, terwijl Hij het is Die hen van onderhoud voorziet en hen geneest. Al-Boekhari leverde ook over van Aboe Hoerayrah dat de Profeet zei:
«قَالَ اللهُ عَزَّ وَجَلَّ: كَذَّبَنِي ابْنُ آدَمَ وَلَمْ يَكُنْ لَهُ ذَلِكَ، وَشَتَمَنِي وَلَمْ يَكُنْ لَهُ ذَلِكَ، فَأَمَّا تَكْذِيبُهُ إِيَّايَ فَقَوْلُهُ: لَنْ يُعِيدَنِي كَمَا بَدَأَنِي، وَلَيْسَ أَوَّلُ الْخَلْقِ بِأَهْوَنَ عَلَيَّ مِنْ إِعَادَتِهِ، وَأَمَّا شَتْمُهُ إِيَّايَ فَقَوْلُهُ: اتَّخَذَ اللهُ وَلَدًا، وَأَنَا الْأَحَدُ الصَّمَدُ، لَمْ أَلِدْ وَلَمْ أُولَدْ، وَلَمْ يَكُنْ لِي كُفُوًا أَحَد»
Allah de Machtige en Majesteitelijke zegt: "De Zoon van Adam loochent Mij en hij heeft daar het recht niet toe, en Hij beledigt Mij en daar heeft hij het recht niet toe. Als verwijzing naar zijn loochening van Mij, dat zijn zijn woorden: `Hij (Allah) zal mij nooit herscheppen zoals Hij me eerder heeft geschapen.' Maar het scheppen van hem is gemakkelijker dan zijn oorspronkelijke schepping. En betreffende zijn belediging van Mij, dat zijn zijn woorden: `Allah heeft een zoon genomen.' Maar Ik ben de Ene, de Onafhankelijke Meester. Ik baar niet, noch werd Ik geboren,  en er is niets dat met Mij kan worden vergeleken.'') Dit is het einde van de tafsier van Soerah Al-Ikhlas, en alle dank en zegeningen zijn voor Allah.

Bron vertaling: www.qtafsir.com


Geen opmerkingen:

Een reactie posten