|
De reden voor de
openbaring van deze Soerah en de verdiensten ervan
|
|
Een hadieth
over de verdiensten ervan
|
|
Al-Boekhari leverde
over van `Amrah bint `Abdoerahmaan, die in het verblijf van ‘Aaïsjah, de
vrouw van de Profeet verbleef, dat ‘Aaïsjah zei: "De Profeet stuurde een
man als leider van een oorlogsexpeditie, die zijn metgezellen gewoonlijk in
het gebed leidde met recitatie van de Qoer-aan. En hij beëindigde zijn
recitatie met het oplezen van `Zeg: Hij is Allah, de Ene.' Toen ze dus
terugkwamen vertelden ze dit tegen de Profeet, en hij zei:
«سَلُوهُ لِأَيِّ شَيْءٍ
يَصْنَعُ ذَلِكَ؟»
“Vraag hem waarom
hij dat doet.” Dus vroegen ze hem dat, en hij zei: `Omdat het de beschrijving
is van Ar-Rahmaan en ik hou ervan het te reciteren. Dus zei de Profeet:
«أَخْبِرُوهُ أَنَّ اللهَ تَعَالَى يُحِبُّه»
“Stel hem ervan op
de hoogte dat Allah de Allerhoogste van hem houdt.” ''Zo heeft Al-Boekhari deze hadieth vastgelegd
in zijn Boek van Tauhied. Ook Moeslim en An-Nasaa'i legden dit vast.
In zijn Boek van het Gebed, rapporteerde Al-Boekhari dat Anas zei, "Een
man van de Ansaar placht de mensen in het gebed te leiden in de Qoeba’
moskee.' Altijd wanneer hij met het reciteren van een Soerah begon bij het gebed waarmee hij de mensen leidde,
begon hij met het reciteren van `Zeg: Hij is Allah, de Ene' tot hij de hele Soerah
afrondde. Vervolgens reciteerde hij daarna nog een andere Soerah. En
dit placht hij bij elke rak‘ah (gebedseenheid) te doen. Dus spraken
zijn metgezellen hem daarop aan, ze zeiden; `Waarlijk, je begint het gebed
met deze Soerah. Dan denk je dat het niet genoeg voor je is, en dat je
nog een andere Soerah moet reciteren. Je zou juist of deze Soerah
moeten reciteren, of dat achterwege laten en een andere Soerah
reciteren in plaats daarvan.' De man
antwoordde: `Ik zal hier niet mee stoppen. Als jullie willen
dat ik door zal gaan jullie in het gebed te leiden, dan zal ik dat doen, en
als het jullie niet aanstaat, dan laat ik jullie (m.a.w. ik zal jullie niet
meer in het gebed leiden).' Ze vonden dat hij de beste van hen was in het
leiden van het gebed, en ze wilden niet dat iemand anders hen in het gebed
zou leiden. Toen de Profeet dus kwam, stelden ze hem hiervan op de hoogte en
hij zei:
«يَا فُلَانُ، مَا يَمْنَعُكَ أَنْ تَفْعَلَ مَا
يَأْمُرُكَ بِهِ أَصْحَابُكَ، وَمَا حَمَلَكَ عَلَى لُزُوم هَذِهِ السُّورَةِ
فِي كُلِّ رَكْعَةٍ؟»
“O die en die! Wat weerhoudt jou
ervan om dat te doen wat jouw metgezellen jou hebben aanbevolen te doen, en
waarom houd je je vast aan het reciteren van deze Soerah bij elke rak‘ah?”
De man zei: `Waarlijk, ik houd er zo van.' De Profeet antwoordde,
«حُبُّكَ إِيَّاهَا أَدْخَلَكَ الْجَنَّة»
Door jouw liefde
hiervoor zal je het Paradijs binnengaan.) Dit is vastgelegd door Al-Boekhari,
met een onderbroken keten (van overleveraars), maar op een manier die zijn
goedkeuring had..
|
|
Een hadieth
waarin wordt gezegd dat deze Soerah gelijk staat aan een derde van de Qoer-aan
|
|
Al-Boekhari leverde
over van Aboe Sa‘ied dat een man een andere man hoorde reciteren:
﴿قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ﴾
(Zeg: "Hij is Allah,
de Ene.'') en hij bleef dit steeds maar herhalen. Dus, toen de ochtend
aanbrak, ging de man naar de Profeet en vertelde hem dit, en hij
bagatelliseerde dit. De Profeet zei,
«وَالَّذِي نَفْسِي بِيَدِهِ إِنَّهَا لَتَعْدِلُ
ثُلُثَ الْقُرْآن»
Bij Hem in Wiens
Hand mijn ziel is, waarlijk, het is gelijke aan een derde van de Qoer-aan.
Aboe Dawoed en An-Nasaa'i leverden het ook
over. In een andere hadieth van Al Boekhari van Aboe Sa‘ied, dat de
Boodschapper van Allah tegen zijn Metgezellen zei,
«أَيَعْجِزُ أَحَدُكُمْ أَنْ يَقْرَأَ ثُلُثَ
الْقُرْآنِ فِي لَيْلَةٍ»
“Is iemand van
jullie niet in staat om een derde van de Qoer-aan te reciteren in één
enkele nacht?” Dit was iets wat moeilijk voor hen was, en ze zeiden, "Wie
van ons is in staat om dat te doen, O Boodschapper van Allah?'' Toen
antwoordde hij:
«اللهُ الْوَاحِدُ الصَّمَدُ ثُلُثُ الْقُرْآن»
“Allah is de Ene,
As-Samad'' is een derde van de Qoer-aan. Al-Boekhari was de enige die
deze hadieth overleverde.
|
|
Nog een hadieth
waar het reciteren ervan toegang tot het Paradijs met zich meebrengt
|
|
Imam Malik ibn Anas overleverde
van `Oebayd ibn Hoenayn dat hij Aboe Hoerayrah hoorde zeggen: "Ik ging met de Profeet naar buiten, en
hoorde een man reciteren: `Zeg: Hij is Allah, de Ene.' Dus zei de
Boodschapper van Allah:
«وَجَبَت»
“Het is een
verplichting” Ik vroeg: `Wat is een verplichting?' Hij antwoordde:
«الْجَنَّة»
“Het Paradijs”. At-Tirmidhi en
An-Nasaa'i vermeldden het ook van Malik, en At-Tirmidhi zei: "Hasan
Sahieh Gharieb. We kennen het slechts als een overlevering van Malik.'' De
hadieth waarin de Profeet zei:
«حُبُّكَ إِيَّاهَا أَدْخَلَكَ الْجَنَّة»
“Door jouw liefde
hiervoor zal je het Paradijs binnengaan,” hebben we reeds vermeld.
|
|
Een hadieth
over het herhalen van deze Soerah
|
|
`Abdoellah ibn Imam
Ahmad leverde over van Moe`aadh ibn `Abdoellah ibn Khoebayb, die het van zijn
vader overleverde, die zei: "We hadden dorst en het werd donker terwijl
we op de Boodschapper van Allah wachtten om ons in het gebed te leiden. Daarna,
toen hij naar buiten kwam, nam hij me bij de hand en zei:
«قُل»
“Zeg”. Daarna zweeg hij. Vervolgens zei hij
nogmaals:
«قُل»
“Zeg”. Dus zei ik: `Wat
moet ik zeggen?' Hij zei:
﴿قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ ﴾
وَالْمُعَوِّذَتَيْنِ حِينَ تُمْسِي وَحِينَ تُصْبِحُ
ثَلَاثًا، تَكْفِكَ كُلَّ يَوْمٍ مَرَّتَيْن»
“Zeg: "Hij is Allah, de Ene,'' en de twee Soerahs
van toevlucht (Al-Falaq en An-Naas) wanneer de avond komt, en ‘s ochtends
ieder drie keer. Ze zullen twee keer per dag voldoende voor je zijn.'' Deze hadieth
werd ook overgeleverd door Aboe Dawoed, At-Tirmidhi en An-Nasaa'i.
At-Tirmidhi zei: "Hasan Sahieh Gharieb.'' An-Nasaa'i leverde
tevens over, via een andere keten van overleveraars, met de bewoording:
«يَكْفِكَ كُلَّ شَيْء»
« Deze zullen genoeg voor je zijn tegen alles ».
|
|
Nog een hadieth over
het hiermee smeken met Allahs Namen
|
|
In zijn Tafsierboek,
leverde An-Nasaa'i over van `Abdoellah ibn Boeraydah, die dit van zijn vader
had gehoors, dat hij de moskee binnenging met de Boodschapper van Allah, en
dat daar een man was die bad en in zijn smeekbede zei: "O Allah! Waarlijk,
ik vraag U bij mijn getuigenis dat er geen God waard is te worden aanbeden
bahalve U. U bent de Ene, de Onafhankelijke Onderhouder van alles, Wie niet
baart, noch geboren werd, en er is niemand/niets te vergelijken met Hem.'' De
Profeet zei,
«وَالَّذِي نَفْسِي بِيَدِهِ
لَقَدْ سَأَلَهُ بِاسْمِهِ الْأَعْظَم، الَّذِي إِذَ
|
|||
|
Een hadieth
over het streven naar genezing d.m.v. deze Soerahs
|
|||
|
Al-Boekhari overleverde van ‘Aaïsjah dat wanneer de Profeet naar bed
ging, hij elke nacht zijn handen tot een kom maakte en erin blies. Vervolgens
reciteerde hij erin (zijn handpalmen): `Zeg: Hij is Allah, de Ene', `Zeg: Ik
zoek toevlucht bij de Heer van Al-Falaq', en `Zeg: Ik zoek toevlucht bij de
Heer der mensheid (An Naas).' Dan streek hij met zijn handpalmen over zijn lichaam
waarbij hij zoveel hij kon van zijn lichaam bestreek. Hij begon met over zijn
gezicht te wrijven en de voorkant van zijn lichaam. Hij deed dit dan drie
keer (over zijn lichaam wrijven). De verzamelaars van Soennah hebben
dezelfde hadieth overgeleverd.
﴿بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَـنِ
الرَّحِيمِ ﴾
In de Naam van
Allah, de meest Barmhartige, de Meest
Genadevolle,
﴿قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ - اللَّهُ الصَّمَدُ - لَمْ
يَلِدْ وَلَمْ يُولَدْ - وَلَمْ يَكُنْ لَّهُ كُفُواً أَحَدٌ ﴾
(1. Zeg: "Hij
is Allah, de Ene.'') (2. "Allah As-Samad.'') (3. "Hij baart niet,
noch werd Hij geboren.'') (4. "En er is niemand/niets met Hem
vergelijkbaar.'') De reden van openbaring van deze Soerah is reeds
genoemd. `Ikrimah zei: "Toen de joden zeiden: `Wij aanbidden `Oezayr, de
zoon van Allah,' en de christenen zeiden: `Wij aanbidden de Messias (`Isa of
Jezus), de zoon van Allah,' en de volgelingen van Zarathoestra zeiden: `Wij
aanbidden de zon en de maan,' en de afgodenaanbidders zeiden: `Wij aanbidden
afgoden,' openbaarde Allah aan Zijn Boodschapper:,
﴿قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ ﴾
“Zeg: Hij is Allah, De
Ene.'') m.a.w. Hij is de Ene, de Enige, die geen weerga heeft, geen helper,
geen mededinger, geen gelijke en niemand/niets dat vergelijkbaar met Hem is. Dit
woord (Al-Ahad) kan voor niemand anders worden gebruikt als bekrachtiging,
behalve voor Allah de Almachtige en Majesteitelijke, omdat hij perfect is in
al Zijn eigenschappen en daden. Betreffende Zijn woorden:
﴿اللَّهُ الصَّمَدُ ﴾
“Allah As-Samad” zei
`Ikrimah dat Ibn `Abbas zei: "Dit betekent de Ene waarvan de hele
schepping afhankelijk is m.b.t. hun behoeften en hun verzoeken.'' `Ali ibn
Abi Talhah leverde over van Ibn `Abbaas, "Hij is de Meester Die perfect
is in Zijn onafhankelijkheid, de Meest Nobele Die perfect is in Zijn
nobelheid, de Meest Verhevene die perfect is in Zijn Verhevenheid, de Meest Verdraagzame
Die perfect is in Zijn Verdraagzaamheid, de Alleswetende, Die perfect is in
Zijn Kennis, en de Meest Wijze Die perfect is in Zijn Wijsheid. Hij is de Ene
Die perfect is in alle aspecten van nobelheid en gezag. Hij is Allah, glorie
aan Hem. Deze eigenschappen passen niemand anders dan Hem. Hij heeft geen
gelijkwaardige en niets is als Hij. Glorie aan Allah, de Ene, de
Onweerstaanbare.'' Al-A`masj leverde over van Sjaqieq, die zei dat Aboe Wa'il
zei:
﴿الصَّمَدُ﴾
« As-Samad » is de Meester Wiens macht compleet is ».'
|
|
Allah staat boven
het hebben van kinderen en het voortplanten
|
|
Dan zegt Allah :
﴿لَمْ يَلِدْ وَلَمْ يُولَدْ -
وَلَمْ يَكُنْ لَّهُ كُفُواً أَحَدٌ﴾
(Hij verwekt niet,
noch werd Hij verwekt. En er is niemand/niets vergelijkbaar met Hem.) betekent:
Hij heeft geen kind, ouder, of echtgenote. Moedjaahid zei:
﴿وَلَمْ يَكُنْ لَّهُ كُفُواً أَحَدٌ﴾
“En er is
niemand/niets vergelijkbaar met Hem.) "Dit wil zeggen dat Hij geen echtgenote heeft.'' Dit is wanneer Allah zegt:
﴿بَدِيعُ السَّمَـوَتِ وَالاٌّرْضِ أَنَّى يَكُونُ
لَهُ وَلَدٌ وَلَمْ تَكُنْ لَّهُ صَـحِبَةٌ وَخَلَقَ كُلَّ شَىْءٍ﴾
“Hij is de Schepper
van de hemelen en de aarde. Hoe kan Hij kinderen hebben wanneer Hij geen
vrouw heeft, Hij schiep alle dingen.) (6:101) betekent, alles behoort aan Hem en Hij schiep alles. Hoe kan Hij dus een
gelijke hebben onder Zijn schepsels die gelijk kan zijn aan Hem, of een
familielid die op Hem zou lijken. Verheerlijkt, Verheven en ver vandaan is
Allah van zoiets. Allah zegt:
﴿وَقَالُواْ اتَّخَذَ الرَّحْمَـنُ وَلَداً - لَقَدْ
جِئْتُمْ شَيْئاً إِدّاً - تَكَادُ السَّمَـوَتُ يَتَفَطَّرْنَ مِنْهُ وَتَنشَقُّ
الاٌّرْضُ وَتَخِرُّ الْجِبَالُ هَدّاً - أَن دَعَوْا لِلرَّحْمَـنِ وَلَداً -
وَمَا يَنبَغِى لِلرَّحْمَـنِ أَن يَتَّخِذَ وَلَداً - إِن كُلُّ مَن فِى
السَّمَـوَتِ وَالاٌّرْضِ إِلاَّ آتِى الرَّحْمَـنِ عَبْداً - لَّقَدْ
أَحْصَـهُمْ وَعَدَّهُمْ عَدّاً - وَكُلُّهُمْ ءَاتِيهِ يَوْمَ الْقِيَـمَةِ
فَرْداً ﴾
En ze zeggen:
Ar-Rahman heeft een zoon gekregen. Werkelijk jullie hebben een vreselijk
slecht iets voortgebracht (gezegd). Waarbij de hemelen bijna scheuren, en de
aarde in stukken splijt, en de bergen in elkaar storten, dat ze een zoon
toeschrijven aan Ar-Rahman. Maar het past Ar-Rahman niet om een zoon te hebben.
Er is niemand/niets in de hemelen en de aarde die niet tot Ar-Rahman komt als
een dienaar. Werkelijk, Hij kent alles en iedereen, en heeft hen volledig
berekend. En ze zullen allen tot Hem alleen komen op de Dag der Opstanding. (19:88-95) En Allah zegt:
﴿وَقَالُواْ اتَّخَذَ الرَّحْمَـنُ وَلَداً
سُبْحَانَهُ بَلْ عِبَادٌ مُّكْرَمُونَ - لاَ يَسْبِقُونَهُ بِالْقَوْلِ وَهُمْ
بِأَمْرِهِ يَعْمَلُونَ ﴾
“En ze zeggen:
"Ar-Rahman heeft een zoon gekregen. Glorie aan Hem! Zij zijn slechts
geëerde dienaren. Ze spreken niet tot Hij heeft gesproken, en ze handelen
naar Zijn bevel.” (21:26-27) Allah zegt ook :
﴿وَجَعَلُواْ بَيْنَهُ وَبَيْنَ الْجِنَّةِ نَسَباً
وَلَقَدْ عَلِمَتِ الجِنَّةُ إِنَّهُمْ لَمُحْضَرُونَ ﴾
سُبْحَـنَ اللَّهِ عَمَّا يَصِفُونَ-﴾
“En ze hebben verwantschap tussen Hem en de Djinn
toegeschreven, maar de Djinn weten maar al te goed dat ze voor Hem zullen
moeten verschijnen. Glorie aan Allah! (Hij is vrij) van wat zij aan Hem
toeschrijven!) (37:158-159) In Sahieh Al-Boekhari, wordt overgeleverd dat de
Profeet zei:
«لَا أَحَدَ أَصْبَرُ عَلَى أَذًى سَمِعَهُ مِنَ
اللهِ، يَجْعَلُونَ لَهُ وَلَدًا، وَهُوَ يَرْزُقُهُمْ وَيُعَافِيهِم»
Er is niemand die
geduldiger is bij het horen van iets schadelijks dan Allah. Ze schrijven een
zoon aan Hem toe, terwijl Hij het is Die hen van onderhoud voorziet en hen
geneest. Al-Boekhari leverde ook over van Aboe Hoerayrah dat de Profeet zei:
«قَالَ اللهُ عَزَّ وَجَلَّ: كَذَّبَنِي ابْنُ آدَمَ
وَلَمْ يَكُنْ لَهُ ذَلِكَ، وَشَتَمَنِي وَلَمْ يَكُنْ لَهُ ذَلِكَ، فَأَمَّا
تَكْذِيبُهُ إِيَّايَ فَقَوْلُهُ: لَنْ يُعِيدَنِي كَمَا بَدَأَنِي، وَلَيْسَ
أَوَّلُ الْخَلْقِ بِأَهْوَنَ عَلَيَّ مِنْ إِعَادَتِهِ، وَأَمَّا شَتْمُهُ
إِيَّايَ فَقَوْلُهُ: اتَّخَذَ اللهُ وَلَدًا، وَأَنَا الْأَحَدُ الصَّمَدُ،
لَمْ أَلِدْ وَلَمْ أُولَدْ، وَلَمْ يَكُنْ لِي كُفُوًا أَحَد»
Allah de Machtige en
Majesteitelijke zegt: "De Zoon van Adam loochent Mij en hij heeft daar
het recht niet toe, en Hij beledigt Mij en daar heeft hij het recht niet toe.
Als verwijzing naar zijn loochening van Mij, dat zijn zijn woorden: `Hij
(Allah) zal mij nooit herscheppen zoals Hij me eerder heeft geschapen.' Maar
het scheppen van hem is gemakkelijker dan zijn oorspronkelijke schepping. En betreffende
zijn belediging van Mij, dat zijn zijn woorden: `Allah heeft een zoon genomen.'
Maar Ik ben de Ene, de Onafhankelijke Meester.
Ik baar niet, noch werd Ik geboren, en er is niets dat met Mij kan worden
vergeleken.'') Dit is het einde van de tafsier van Soerah Al-Ikhlas,
en alle dank en zegeningen zijn voor Allah.
Bron vertaling: www.qtafsir.com
|
Geen opmerkingen:
Een reactie posten