vrijdag 10 juni 2016

Tafsier Soerah Al Kafiroen (109)

Recitatie van deze Soerahs in de vrijwillige gebeden

In Sahieh Moeslim wordt bevestigd via Djabir dat de Boodchapper van Allah deze Soerah (Al Kafiroen) reciteerde en:
﴿قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ ﴾
(Zeg : "Hij is Allah, Eén.'') (112:1) bij de twee Rak`ahs van deTawaaf (rondgang om de Ka‘ba). Ook wordt vermeld in Sahieh Moeslim in een hadieth van Aboe Hoerayrah dat de Boodschapper van Allah deze twee Soerahs reciteerde bij de twee Rak‘ahs (vrijwillig gebed) van het ochtendgebed. Imam Ahmad legde vast van Ibn Oemar dat de Boodschapper van Allah bij de twee Rak`ahs voor het ochtendgebed, en bij de twee Rak`ahs na zonsondergang bad bij ongeveer tien tot twintig verschillende gelegenheden, met
﴿قُلْ يأَيُّهَا الْكَـفِرُونَ ﴾
(Zeg: "O Al-Kafiroen!'') en
﴿قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ ﴾
(Zeg: " Hij is Allah, Eén.'') (112:1) Ahmad vermeldde ook dat Ibn `Oemar zei: "Ik zag de Profeet 24 of 25 keer bij de twee Rak‘ahs voor het ochtendgebed, en de twee Rak‘ahs na zonsondergang bidden met het reciteren van:
﴿قُلْ يأَيُّهَا الْكَـفِرُونَ ﴾
(Zeg: "O Al-Kafiroen!'') en
﴿قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ ﴾
(Zeg: " Hij is Allah, Eén.'') (112:1) Ahmad vermeldde dat Ibn ‘Oemar zei: “Ik sloeg de Profeet een maand lang gade, en hij reciteerde bij de twee Rak‘ahs voor het ochtendgebed:,
﴿قُلْ يأَيُّهَا الْكَـفِرُونَ ﴾
(Zeg: "O Al-Kafiroen!'') en
﴿قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ ﴾
(Zeg: " Hij is Allah, Eén.'') (112:1) Dit werd ook vermeld door At Tirmidhi, Ibn Maadjah en An Nasaa’i. At Tirmidhi zei: “Hasan”. Ook hebben we eerder al gezegd in een hadieth dat dit (Soerah Al Kafiroen) gelijkstaat aan een vierde van de Qoer-aan, en Az-Zalzalah staat gelijk aan een vierde van de Qoer-aan.
﴿بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَـنِ الرَّحِيمِ﴾
In de Naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle.
﴿قُلْ يأَيُّهَا الْكَـفِرُونَ- لاَ أَعْبُدُ مَا تَعْبُدُونَ- وَلاَ أَنتُمْ عَـبِدُونَ مَآ أَعْبُدُ- وَلا أَنَآ عَابِدٌ مَّا عَبَدتُّمْ- وَلاَ أَنتُمْ عَـبِدُونَ مَآ أَعْبُدُ- لَكُمْ دِينُكُمْ وَلِىَ دِينِ-﴾
(1. Zeg: "O ongelovigen!'') (2. "Ik aanbid niet wat jullie aanbidden.'') (3. "Noch zullen jullie aanbidden wat ik aanbid.'') (4. "En ik zal niet aanbidden wat jullie aanbidden.'') (5. "Noch zullen jullie aanbidden wat ik aanbid.'') (6. "Aan jullie jullie religie, en aan mij mijn religie.'')
De verklaring van onschuld aan Shirk

Deze Soerah is de Soerah van afwijzing van de daden van de afgodendienaars. Het gebiedt een volledige afwijzing ervan. Allahs woorden:
﴿قُلْ يأَيُّهَا الْكَـفِرُونَ ﴾
(Zeg: "O ongelovigen!'') omvat elke ongelovige op het aardoppervlak. Deze verklaring is echter rechtstreeks gericht aan de ongelovigen van de Qoeraysj. Er wordt gezegd dat ze in hun onwetendheid de Boodchapper voorstelden om hun afgoden een jaar lang te aanbidden, en dan zouden ze op hun beurt zijn God een jaar lang aanbidden. Zodoende openbaarde Allah deze Soerah en daarin droeg Hij Zijn Boodschapper op volledig hun religie te verwerpen.
Hij beval Zijn Boodschapper hun religie volledig te verwerpen


Allah zei :
﴿لاَ أَعْبُدُ مَا تَعْبُدُونَ ﴾
(Ik aanbid niet wat jullie aanbidden.) d.w.z. beelden en afgoden.
﴿وَلاَ أَنتُمْ عَـبِدُونَ مَآ أَعْبُدُ ﴾
(Noch zullen jullie aanbidden Wie ik aanbid.) en het is Allah, de Enige, Die geen partner heeft. Dus het woorde Ma (hetgeen) betekent hier  Man (wie). Dan zegt Allah:
﴿وَلاَ أَنَآ عَابِدٌ مَّا عَبَدتُّمْ وَلاَ أَنتُمْ عَـبِدُونَ مَآ أَعْبُدُ ﴾
(En ik zal niet aanbidden wat jullie aanbidden. Noch zullen jullie aanbidden Wie ik aanbid.) d.w.z. ik aanbid niet volgens jullie aanbidding, met andere woorden, ik volg het niet en doe er niet aan mee. Ik aanbid slechts Allah op de manier die Hij belief en waar hij tevreden over is.' Zodoende zegt Allah:
﴿وَلاَ أَنتُمْ عَـبِدُونَ مَآ أَعْبُدُ ﴾
(Noch zullen jullie aanbidden Wie ik aanbid.) d.w.z.: `Jullie volgen niet de bevelen op van Allah en Zijn wetgeving m.b.t. de aanbidding van Hem. Jullie hebben juist zelf iets bedacht, wat in jullie eigen ziel opkwam.' Dit is zoals Allah zei:
﴿إِن يَتَّبِعُونَ إِلاَّ الظَّنَّ وَمَا تَهْوَى الاٌّنفُسُ وَلَقَدْ جَآءَهُم مِّن رَّبِّهِمُ الْهُدَى﴾
(Ze volgen slechts een gissing en datgene wat zij zelf begeren, terwijl er zeker de leiding van hun Heer tot hen is gekomen!) (53:23) Zodoende is het de verwerping van alles waarmee ze zich bezig houden. Want zeker, een aanbidder moet een god hebben die hij aanbidt, en moet daden van aanbidding verrichten om tot hem te komen. Daarom aanbidden de Boodschapper en zijn volgelingen Allah a.d.h.v. wat Hij heeft voorgeschreven. Daarom is de verklaring van Islam: "Er is geen God waardig te worden aanbeden behalve Allah, en Mohammed is de Boodschapper van Allah.'' Dit betekent dat er geen (werkelijk) onderwerp van aanbidding is behalve Allah, en er is geen pad dat naar Hem leidt (m.a.w. de manier om Hem te aanbidden) anders dan die waar de Boodschapper mee kwam. De afgodenaanbidders aanbidden iets anders dan Allah, met daden van aanbidding die Allah niet heeft toegestaan. Daarom zei de Boodschapper tegen hen:
﴿لَكُمْ دِينُكُمْ وَلِىَ دِينِ ﴾
(Voor jullie jullie religie, en voor mij mijn religie.) Dit is gelijk aan Allahs woorden:
﴿وَإِن كَذَّبُوكَ فَقُل لِّى عَمَلِى وَلَكُمْ عَمَلُكُمْ أَنتُمْ بَرِيئُونَ مِمَّآ أَعْمَلُ وَأَنَاْ بَرِىءٌ مِّمَّا تَعْمَلُونَ ﴾
(En als zij jou verloochenen, zeg: "Voor mij zijn mijn daden, en voor jullie zijn jullie daden! Jullie zijn onschuldig aan wat ik doe, en ik ben onschuldig aan wat jullie doen!'') (10:41) en Hij zei:
﴿لَنَآ أَعْمَـلُنَا وَلَكُمْ أَعْمَـلُكُمْ﴾
(Voor ons zijn onze daden, en voor jullie zijn jullie daden.) (28:55) Al-Boekhari zei: "Men zei:
﴿لَكُمْ دِينَكُمْ﴾
(Voor jullie is jullie religie.) d.w.z. ongeloof.
﴿وَلِىَ دِينِ﴾
(en voor mij is mijn religie.) d.w.z. de Islam. Dit is het einde van de tafsier van Soerah Al Kafiroen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten