zaterdag 11 juni 2016

Tafsier Soerah Al Kauthar (Soerah 108)

Dit werd geopenbaard in Medina, en er wordt ook gezegd in Mekka


﴿بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَـنِ الرَّحِيمِ ﴾
In de Naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle.
﴿إِنَّآ أَعْطَيْنَـكَ الْكَوْثَرَ - فَصَلِّ لِرَبِّكَ وَانْحَرْ - إِنَّ شَانِئَكَ هُوَ الاٌّبْتَرُ ﴾
(1. Werkelijk, Wij hebben jou Al-Kauthar gegeven.) (2. Keer je dus in gebed tot jouw Heer en breng offers.) (3. Wat degene betreft die jou haat, hij zal worden afgesneden.) Moeslim, Aboe Dawoed and An-Nasaa'i, leverden allen over van Anas dat hij zei: "Toen we met de Boodschapper van Allah waren in de moskee, sluimerde hij in. Toen richtte hij zijn hoofd glimlachend op. Wij zeiden: `O Boodschapper van Allah! Waarom moet u lachen? ' Hij zei:
«لَقَدْ أُنْزِلَتْ عَلَيَّ آنِفًا سُورَة»
(Werkelijk, er werd net een Soerah aan me geopenbaard.) Vervolgens reciteerde hij:
﴿إِنَّآ أَعْطَيْنَـكَ الْكَوْثَرَ - فَصَلِّ لِرَبِّكَ وَانْحَرْ - إِنَّ شَانِئَكَ هُوَ الاٌّبْتَرُ ﴾
(Werkelijk, Wij hebben jou Al-Kauthar gegeven. Keer je dus in gebed tot jouw Heer en breng offers. Wa betreft  degene die jou haat, hij zal worden afgesneden. ) Daarna zei hij:
«أَتَدْرُونَ مَا الْكَوْثَرُ؟»
(Weten jullie wat Al-Kauthar is?) Wij zeiden: `Allah en Zijn Boodschapper weten het het best.' Hij zei:
«فَإِنَّهُ نَهَرٌ وَعَدَنِيهِ رَبِّي عَزَّ وَجَلَّ،عَلَيْهِ خَيْرٌ كَثِيرٌ، هُوَ حَوْضٌ تَرِدُ عَلَيْهِ أُمَّتِي يَوْمَ الْقِيَامَةِ، آنِيَتُهُ عَدَدُ النُّجُومِ فِي السَّمَاءِ، فَيُخْتَلَجُ الْعَبْدُ مِنْهُمْ فَأَقُولُ: رَبِّ إِنَّهُ مِنْ أُمَّتِي، فَيَقُولُ: إِنَّكَ لَا تَدْرِي مَا أَحْدَثَ بَعْدَك»
(Werkelijk, het is een rivier die mijn Heer, de Machtige en Majesteitelijke mij heeft beloofd, en met de overvloedige goedheid ervan. Het is een vijver waar mijn Oemmah naartoe zal worden gebracht op de Dag des Oordeels. De vaten/bekers ervan zullen zo talrijk zijn als de sterren in de hemel. Dan zal een dienaar van Allah van onder hen ervan worden weerhouden, en ik zal zeggen: "O Heer! Waarlijk, hij is van mijn Oemmah (volgelingen).''Dan zal Hij (Allah) zeggen: "Werkelijk, je weet niet wat hij na jou heeft ingevoerd (aan nieuwigheden).)''Dit zijn de bewoordingen van Moeslim. Ahmad leverde deze hadieth over van Mohammed ibn Foedayl, die het overleverde van Al-Moekhtar ibn Folful, die het had van Anas ibn Maalik. Imam Ahmad leverde ook over van Anas dat de Boodschapper van Allah zei:
«دَخَلْتُ الْجَنَّةَ فَإِذَا أَنَا بِنَهْرٍ حَافَتَاهُ خِيَامُ اللُّؤْلُؤِ، فَضَرَبْتُ بِيَدِي إِلَى مَا يَجْرِي فِيهِ الْمَاءُ، فَإِذَا مِسْكٌ أَذْفَرُ، قُلْتُ: مَاهَذَا يَا جِبْرِيلُ؟ قَالَ: هَذَا الْكَوْثَرُ الَّذِي أَعْطَاكَهُ اللهُ عَزَّ وَجَل»
(Ik kwam het Paradijs binnen en kwam bij een rivier waar op de oevers ervan tenten waren, gemaakt van parels. Ik stak mijn hand in het stromende water ervan, en ontdekte dat het heel erg naar muskus ruikte. Dus vroeg ik: "O Djibriel! Wat is dit?'' Hij antwoordde: "Dit is Al-Kauthar die Allah, de Machtige en Majesteitelijke jou heeft gegeven.'') Al-Boekhari legde dit vast in zijn Sahieh, zo ook Moeslim, op gezag van Anas ibn Maalik. In hun versie zei Anas: "Toen de Profeet mee werd genomen naar boven in de hemel, zei hij:
«أَتَيْتُ عَلَى نَهْرٍ حَافَتَاهُ قِبَابُ اللُّؤْلُؤِ الْمُجَوَّفِ فَقُلْتُ: مَا هَذَا يَا جِبْرِيلُ؟ قَالَ: هَذَا الْكَوْثَر»
(Ik kwam bij een rivier waarvan de oevers koepels hadden van holle parels. Ik zei: "O Djibriel! Wat is dit?'' Hij antwoordde: "Dit is Al-Kauthar.'')'' Dit is de bewoording van Al-Boekhari. Ahmad leverde over van Anas dat een man zei: "O Boodschapper van Allah! Wat is Al-Kauthar ?'' Hij antwoordde :
«هُوَ نَهْرٌ فِي الْجَنَّةِ أَعْطَانِيهِ رَبِّي، لَهُوَ أَشَدُّ بَيَاضًا مِنَ اللَّبَنِ، وَأَحْلَى مِنَ الْعَسَلِ، فِيهِ طُيُورٌ أَعْنَاقُهَا كَأَعْنَاقِ الْجُزُر»
(Het is een rivier in het Paradijs die mijn Heer mij heeft gegeven. Het is witter dan melk en zoeter dan honing. Er zijn vogels in wiens halzen zo lang zijn als wortels.) `Oemar zei: "O Boodschapper van Allah! Waarlijk, die (de vogels) zullen wel mooi zijn.'' De Profeet  antwoordde:
«آكِلُهَا أَنْعَمُ مِنْهَا يَا عُمَر»
(Degene die van hen eet (de bewoners van het Paradijs) zullen mooier zijn dan hen O `Oemar.) Al-Boekhari leverde over van Sa`ied ibn Djoebayr dat Ibn `Abbaas over Al-Kauthar zei: "Het is het goede dat Allah aan hem heeft gegeven (aan de Profeet).'' Aboe Bisjr zei: "Ik zei tegen Sa`ied ibn Djoebayr: `Werkelijk, de mensen beweren dat het een rivier in het Paradijs is.''' Sa`ied antoordde: `De rivier die in het Paradijs is, is een deel van het goede dat Allah hem heeft gegeven.''' Al-Boekhari leverde ook over van Sa`ied ibn Djoebayr dat Ibn `Abbaas zei: "Al-Kauthar is overvloedige goedheid.’ Deze uitleg omwat de rivier en ook andere dingen. Omdat het woord Al-Kauthar komt van het woord Kathrah (overvloed) en het (Al-Kauthar) taalkundig betekent: een overvloed aan goedheid. Dus onder deze goedheid is de rivier (in het Paradijs). Imam Ahmad leverde over van Ibn `Oemar dat de Boodschapper van Allah zei:
«الْكَوْثَرُ نَهْرٌ فِي الْجَنَّةِ حَافَتَاهُ مِنْ ذَهَبٍ، وَالْمَاءُ يَجْرِي عَلَى اللُّؤْلُؤِ، وَمَاؤُهُ أَشَدُّ بَيَاضًا مِنَ اللَّبَنِ، وَأَحْلَى مِنَ الْعَسَل»
(Al-Kauthar is een rivier in het Paradijs waarvan de oevers van goud zijn, en het stroomt over parels. Het water ervan is witter dan melk en zoeter dan honing.) Deze hadieth werd zodanig overgeleverd door At-Tirmidhi, Ibn Maadjah, Ibn Abi Hatim en Ibn Djarier. At-Tirmidhi zei: "Hasan Sahieh.'' Dan zei Allah:
﴿فَصَلِّ لِرَبِّكَ وَانْحَرْ ﴾
(Keer je dus tot jouw Heer in gebed en geef offers.) d.w.z. `net zoals Wij jou de overvloedige goedheid hebben gegeven in dit leven, en het Hiernamaals – en daaronder is de rivier die even eerder is omschreven – verricht dan jouw verplichte en vrijwillige gebeden, en jouw offers (van dieren) enkel en oprecht voor jouw Heer. Aanbid Hem alleen, en ken geen enkele partner aan Hem toe. En offer waarbij alleen Zijn Naam wordt uitgesproken, zonder een enkele partner aan Hem toe te kennen.' Dit is zoals Allah zegt:
﴿قُلْ إِنَّ صَلاَتِى وَنُسُكِى وَمَحْيَاىَ وَمَمَاتِى للَّهِ رَبِّ الْعَـلَمِينَ - لاَ شَرِيكَ لَهُ وَبِذَلِكَ أُمِرْتُ وَأَنَاْ أَوَّلُ الْمُسْلِمِينَ ﴾
(Zeg: "Werkelijk, mijn gebed, mijn offers, mijn leven, en mijn sterven zijn voor Allah, de Heer van alles dat bestaat. Hij heeft geen partner. En dit is me opgedragen, en ik ben de eerste van de moslims.'') (6:162-163) Ibn `Abbaas, `Ata,' Moedjaahid, `Ikrimah en Al-Hasan zeiden allemaal: "Dit betekent dat hiermee het slachtdier moet worden geofferd.'' Qatadah, Mohammed ibn Ka`b Al-Qoerazi, Adh-Dhahak, Ar-Rabi`, `Ata' Al-Khoerasani, Al-Hakam, Isma`iel ibn Abi Khalid en anderen van de salaf hebben allen hetzelfde gezegd. Dit is de tegengestelde manier van die van de afgodenaanbidders, die voor anderen dan Allah neerknielen, en offeren in naam van anderen dan Allah. Allah zei:
﴿وَلاَ تَأْكُلُواْ مِمَّا لَمْ يُذْكَرِ اسْمُ اللَّهِ عَلَيْهِ وَإِنَّهُ لَفِسْقٌ﴾
(En eet niet van dat waar Allahs Naam niet over is uitgesproken, werkelijk, dat is Fisq.) (6:121)

De vijand van Allah is afgesneden


Allah zegt :
﴿إِنَّ شَانِئَكَ هُوَ الاٌّبْتَرُ ﴾
(Wat degene betreft die jou haat, hij zal worden afgesneden.) d.w.z. `werkelijk, hij die jou haat, O Mohammed, en haat waar jij mee aan waarheid bent gekomen, en duidelijk bewijs en een duidelijk licht, hij is de meest afgesneden, laagste persoon die men niet zal gedenken. Ibn `Abbaas, Moedjaahid, Sa`id ibn Djoebayr en Qatadah zeiden allen: "Deze ayah werd geopenbaard i.v.m. Al-`As ibn Wa'il. Wanneer men over de Boodschapper van Allah sprak (in zijn aanwezigheid) dan zei hij: `Laat hem maar, want hij is zeker een man die is afgesneden zonder nakomelingen. Dus wanneer hij sterft zullen ze hem niet gedenken.' Daarom openbaarde Allah deze Soerah.'' Shamir ibn `Atiyah zei: "Deze Soerah werd geopenbaard betreffende `Oeqbah ibn Abi Moe`ayt.'' Ibn `Abbaas en `Ikrimah hebben beide gezegd: "Deze Soerah werd geopenbaard m.b.t. Ka`b ibn Al-Ashraf en een groep ongelovigen van de Qoeraysj.'' Al-Bazzar vermeldde dat  Ibn `Abbaas zei: "Ka`b ibn Al-Ashraf kwam naar Mekka en de Qoeraysj zeiden tegen hem: `Jij bent hun leider (van het volk). Wat denk je van deze waardeloze man die van zijn mensen is afgesneden. Hij beweert dat hij beter is dan ons terwijl wij de mensen zijn van de plaats van de bedevaart, de mensen van het beheer (van de Ka`ba), en de mensen die water verstrekken aan de bedevaartgangers.' Hij antwoordde: `Jullie zijn allen beter dan hem.' Zodoende openbaarde Allah:
﴿إِنَّ شَانِئَكَ هُوَ الاٌّبْتَرُ ﴾
(Wat degene betreft die jou haat, hij zal worden afgesneden.)'' Dit is hoe Al-Bazzar dit voorval vastlegde, en de keten van overleveraars is authentiek. Er is overgeleverd dat `Ata' zei: "Deze Soerah werd geopenbaard over Aboe Lahab toen de zoon van de Boodschapper van Allah overleed.  Aboe Lahab ging naar de afgodenaanbidders en zei: `Mohammed werd vannacht afgesneden (m.a.w. hij heeft geen nakomelingen) .' Daarom openbaarde Allah:
﴿إِنَّ شَانِئَكَ هُوَ الاٌّبْتَرُ ﴾
(Wat degene betreft die jou haat, hij zal worden afgesneden.)'' As-Soeddi zei: "Wanneer de zonen van een man stierven, plachten de mensen te zeggen: `Hij is afgesneden.' Zodoende zeiden ze toen de zoons van de Boodschapper van Allah waren gestorven: `Mohammed is afgesneden.' Zodoende openbaarde Allah:
﴿إِنَّ شَانِئَكَ هُوَ الاٌّبْتَرُ ﴾
(Wat betreft degene die jou haat, hij zal worden afgesneden.)'' Dus dachten zij in hun onwetendheid, dat als zijn zoons stierven, men hem niet meer zou gedenken. Allah verbiede het! Integendeel, Allah hield zijn gedenken in stand, voor de hele wereld, en Hij verplichtte alle dienaren om zijn wetten te volgen. Dit zal altijd door blijven gaan tot aan de Dag der Opstanding en het Hiernamaals. Moge de zegeningen van Allah en Zijn vrede met hem zijn tot aan de Dag der Opstanding. Dit is het einde van de tafsier van Soerah Al-Kauthar, en alle lof en zegeningen zijn te danken aan Allah.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten